De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarig kind voor de duur van een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders van vaderszijde voor zes maanden. Het kind verblijft sinds juni 2022 bij deze grootouders vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door een onveilige en onrustige opvoedsituatie, getuige huiselijk geweld en zorgen over het drugsgebruik van de moeder.
De moeder is onvoldoende in staat gebleken om een veilige opvoedingssituatie te bieden en werkt niet mee aan noodzakelijke hulpverlening. De vader beschikt niet over zelfstandige woonruimte en kan zijn opvoedende rol niet adequaat invullen. De grootouders van vaderszijde ondersteunen het verzoek en bieden een stabiele woonomgeving.
De kinderrechter oordeelt dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is om de ontwikkeling van het kind te waarborgen en het contact met de moeder te herstellen. De machtiging tot uithuisplaatsing formaliseert het verblijf bij de grootouders en maakt begeleiding en ondersteuning mogelijk. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het kind wordt onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.