ECLI:NL:RBROT:2023:2938

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
6 april 2023
Zaaknummer
C/10/653709 / JE RK 23-493
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarig kind

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarig kind voor de duur van een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders van vaderszijde voor zes maanden. Het kind verblijft sinds juni 2022 bij deze grootouders vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door een onveilige en onrustige opvoedsituatie, getuige huiselijk geweld en zorgen over het drugsgebruik van de moeder.

De moeder is onvoldoende in staat gebleken om een veilige opvoedingssituatie te bieden en werkt niet mee aan noodzakelijke hulpverlening. De vader beschikt niet over zelfstandige woonruimte en kan zijn opvoedende rol niet adequaat invullen. De grootouders van vaderszijde ondersteunen het verzoek en bieden een stabiele woonomgeving.

De kinderrechter oordeelt dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is om de ontwikkeling van het kind te waarborgen en het contact met de moeder te herstellen. De machtiging tot uithuisplaatsing formaliseert het verblijf bij de grootouders en maakt begeleiding en ondersteuning mogelijk. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het kind wordt onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Uitkomst: Het kind wordt onder toezicht gesteld en machtiging tot uithuisplaatsing bij grootouders verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaaknummer: C/10/653709 / JE RK 23-493
datum uitspraak: 31 maart 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
betreffende

[naam kind01]

geboren op [geboortedatum01] 2011 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,

[naam02] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats02] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam03] en [naam04] ,

hierna te noemen: de grootouders van vaderszijde,
wonende te [woonplaats03] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 1 maart 2023, ingekomen bij de griffie op 1 maart 2023;
- het e-mailbericht van de oma van vaderszijde van 9 maart 2023.
Op 31 maart 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- de vader;
- de oma van vaderszijde;
- [naam05] , namens de Raad;
- [naam06] , namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam
Rijnmond (hierna te noemen: de GI).
Opgeroepen en niet verschenen is: de moeder.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind01] verblijft bij de grootouders van vaderszijde.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] binnen het familienetwerk, te weten bij de grootouders van vaderszijde, voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De standpunten

De Raad handhaaft het verzoek en verwijst naar het raadsrapport. [naam kind01] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij is opgegroeid in een onrustige en onveilige opvoedomgeving. [naam kind01] is getuige geweest van huiselijk geweld. De moeder heeft haar leven niet op orde. Er bestaan zorgen over haar drugsgebruik. [naam kind01] verblijft bij haar oma van vaderszijde en diens partner. Zij is het contact met haar moeder verloren en heeft te maken met gevoelens van loyaliteit. De vader beschikt niet over zelfstandige woonruimte en weet zijn rol als opvoeder op dit moment onvoldoende in te vullen. De hulpverlening in het vrijwillig kader faalt. Dit maakt dat een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk is. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] is noodzakelijk om haar verblijf bij de grootouders van vaderszijde formeel te ondersteunen. Binnen een periode van zes maanden moet duidelijk zijn waar [naam kind01] verder zal gaan opgroeien.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De zorgen over de situatie van de moeder zijn groot. Zij is onvoldoende in staat om in het vrijwillig kader mee te werken aan de noodzakelijke hulpverlening. Het is belangrijk dat bekeken wordt wat er nodig is voor [naam kind01] , zodat zij in een veilige omgeving kan opgroeien.
De vader stemt in met het verzoek van de Raad. Het is belangrijk dat [naam kind01] bij haar oma blijft wonen totdat de vader over een geschikte woonruimte beschikt en hij in staat is om [naam kind01] te bieden wat zij nodig heeft.
De oma van vaderszijde stemt in met het verzoek van de Raad. [naam kind01] kan bij oma en haar partner blijven wonen. Zij zou wel graag financieel ondersteund willen worden nu zij de zorg voor [naam kind01] draagt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling volgt dat [naam kind01] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen zijn gelegen in de opvoedingssituatie waarin [naam kind01] is opgegroeid. De moeder is onvoldoende in staat gebleken om [naam kind01] een veilige en stabiele opvoedingssituatie te bieden, waarin zij zich optimaal kan ontwikkelen. [naam kind01] is onder meer getuige geweest van huiselijk geweld in de thuissituatie bij de moeder. Er bestaan zorgen over het psychische welbevinden van de moeder in verband met mogelijk onverwerkte trauma’s uit het verleden, middelengebruik en daarmee de (emotionele) beschikbaarheid van de moeder opvoeder van [naam kind01] . Vanwege zorgen over de opvoedingssituatie van [naam kind01] verblijft zij sinds juni 2022 bij haar oma van vaderszijde en diens partner. Sinds oktober 2022 ontbreekt het aan contact tussen [naam kind01] en de moeder. Er bestaan zorgen dat [naam kind01] zich mogelijk in een loyaliteitsconflict bevindt.
De moeder is niet in staat gebleken om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen en de noodzakelijke hulpverlening te accepteren, nu zij slecht bereikbaar is voor de hulpverlening of de afspraken niet nakomt. Ook de vader is onvoldoende in staat om [naam kind01] te bieden wat zij nodig heeft, nu hij niet beschikt over zelfstandige woonruimte. De kinderrechter is van oordeel dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is, zodat een jeugdbeschermer er op kan toezien dat de hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt en wordt gecontinueerd. Bekeken moet worden of [naam kind01] gebaat is bij de inzet van individuele hulpverlening om mogelijk onverwerkte ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden te verwerken. Ook zal er onder meer aandacht moeten zijn voor contactherstel tussen [naam kind01] en de moeder.
Om de huidige plaatsing van [naam kind01] bij de grootouders van vaderszijde te formaliseren en om te zorgen dat er begeleiding en ondersteuning komt van pleegzorg, zal de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen. Binnen een periode van zes maanden dient er meer duidelijkheid te zijn over het toekomstperspectief van [naam kind01] .
Op grond van het vorenstaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind01] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b (BW).

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind01] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 31 maart 2023 tot 31 maart 2024;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] binnen het familienetwerk, te weten bij de grootouders van vaderszijde, met ingang van 31 maart 2023 tot 30 september 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 6 april 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.