Op 25 februari 2023 vond een schietincident plaats in een café in Rotterdam, waarna de burgemeester het café met een spoedbevel voor twee weken sloot. Vervolgens verlengde de burgemeester de sluiting tot drie maanden op grond van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 (APV) en de Horecanota Rotterdam 2017-2021, vanwege ernstige aantasting van de openbare orde.
De verzoeker, exploitant van het café, maakte bezwaar tegen deze verlenging en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de openbare orde nog niet was hersteld en waarom niet volstaan kon worden met een kortere sluiting, terwijl verzoeker onderbouwd betwistte dat de orde nog niet was hersteld.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, waardoor het café voorlopig mocht heropenen tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak benadrukt dat de discretionaire bevoegdheid van de burgemeester terughoudend door de rechter wordt getoetst en dat concrete motivering vereist is voor verlenging van sluitingen na ernstige geweldsincidenten.