ECLI:NL:RBROT:2023:2957
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe ziekteoorzaak
Eiseres diende in 2011 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering die werd afgewezen omdat zij ten minste het maatgevende loon kon verdienen en de wachttijd niet was voltooid. In 2021 vroeg zij opnieuw een Wajong-uitkering aan met het argument dat haar psychische klachten sinds 2017-2018 waren toegenomen tijdens haar studie. Het UWV wees deze aanvraag af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van eiseres een herhaalde aanvraag betrof volgens artikel 4:6 Awb Pro, waarbij het UWV terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van een nieuwe eerste ziektedag binnen de verzekerde periode. De verzekeringsarts concludeerde dat de toename van klachten voortkomt uit dezelfde psychische kwetsbaarheid die reeds op haar achttiende verjaardag bestond, en dat de toename na de vijfjaarstermijn viel.
Eiseres stelde dat 3 mei 2018 als nieuwe eerste ziektedag kon gelden omdat zij toen studeerde en arbeidsongeschikt werd. De rechtbank volgde dit niet en baseerde zich op vaste rechtspraak dat geen tweede moment van arbeidsongeschiktheid kan ontstaan voor reeds bestaande klachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar herhaalde Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een nieuwe ziekteoorzaak binnen de verzekerde periode.