Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder parketnummer: 10/052027-21 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, meewerken aan een ambulante behandeling, meewerken aan begeleid wonen, meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan het hebben en behouden van een zinvolle dagbesteding en dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde(n) en het uit te oefenen toezicht.
4.Waardering van het bewijs
primairten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.
subsidiairten laste gelegde is bewezen.
subsidiairten laste gelegde heeft begaan.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
10/228718-21bewezen feit al van langer dan twee jaar geleden dateren en dat hij heeft laten blijken zich nu goed bewust te zijn van zijn foute handelen. Ook heeft de verdachte van meet af aan bekend dat hij met beide aangeefsters seks had gehad, hetgeen de rechtbank hem in zijn voordeel en dus in strafverminderende zin toerekent.
8.Vorderingen benadeelde partijen
parketnummer 10/052027-21ten laste gelegde feit het slachtoffer [slachtoffer01] ; zij vordert een vergoeding van € 5.000,= aan immateriële schade.
parketnummer 10/228718-21ten laste gelegde feit het slachtoffer [slachtoffer02] ; zij vordert een vergoeding van € 541,33 aan materiële schade en een vergoeding van € 3.000,= aan immateriële schade.
parketnummer 10/052027-21 ( [slachtoffer01] )een schadevergoeding betalen van
€ 5.000,=en in de zaak met
parketnummer 10/228718-21 ( [slachtoffer02] )een schadevergoeding van
€ 3.000,=beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente als hieronder in de beslissing vermeld.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden, bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
[slachtoffer01], te betalen een bedrag van
€ 5.000,00(zegge: vijfduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer02], te betalen een bedrag van
€ 3.000,00(zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[slachtoffer01]te betalen
€ 5.000,00(hoofdsom zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
60 dagen;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[slachtoffer02]te betalen
€ 3.000,00(hoofdsom zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
45 dagen;