ECLI:NL:RBROT:2023:2984

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
10/193746-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van strafbare ontuchtige handelingen met minderjarige stiefdochter

De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 maart 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter in de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 december 2019. De tenlastelegging omvatte onder meer het spreiden van de billen van het slachtoffer, het bijten in de bil, en het geven van een zuigzoen.

Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte een zuigzoen op de bil van het slachtoffer had gegeven. De rechtbank oordeelde echter dat, gezien de bijzondere relatie tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij het slachtoffer dagelijks onder zijn zorg en opvoeding stond, deze handeling niet de sociaal-ethische norm overschreed en daarom niet strafbaar was als ontucht.

De officier van justitie vorderde vrijspraak, welke door de rechtbank werd gevolgd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tevens in de proceskosten, die op nihil werden begroot.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Hiermee kwam een einde aan de strafrechtelijke procedure zonder strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter wegens het ontbreken van strafbare overschrijding van sociaal-ethische normen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/193746-22
Datum uitspraak: 8 maart 2023
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren op [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1987,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [plaats01] .

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2023.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.

4.Waardering van het bewijs

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte aan het slachtoffer een zuigzoen op de billen heeft gegeven. De rechtbank is van oordeel dat gezien de verhoudingen tussen de verdachte en het jonge slachtoffer die dagelijks de zorg en opvoeding van de verdachte ontving (stiefvader/ stiefdochter) de sociaal-ethische norm bij deze handeling – hoe ongepast wellicht ook – niet is overschreden en dus niet in strafrechtelijke zin als ontuchtig kan worden beoordeeld.

5.Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer01] , wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder [benadeelde01] , en bijgestaan door mr. R. Moghni (gemachtigd), ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 6.574,-- aan materiële schade, een vergoeding van € 15.000,-- aan immateriële schade en een vergoeding van € 4.000,-- aan proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de gerekwireerde vrijspraak.
5.2.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte van het ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken.
5.3.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij01] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van de Beek, voorzitter,
en mrs. K.Th. van Barneveld en F.J.E. van Rossum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 december 2019 te
Schiedam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,
met (zijn stiefdochter) [slachtoffer01] (geboren op [geboortedatum02] 2012), die toen de leeftijd
van zestien jaren nog niet had bereikt,
buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (telkens)
- naar beneden trekken van haar broek,
- bijten in haar (blote) bil,
- geven van een (zuig)zoen op de (blote) bil,
- op handen en knieën laten plaatsnemen door die [slachtoffer01] en/of (vervolgens) het
spreiden van haar billen en/ of openen van haar vagina en/ of in haar vagina, althans
schaamstreek, kijken, en/ of
- laten aanraken door die [slachtoffer01] van de tepel van verdachte;
(art 247 Wetboek Pro van Strafrecht)