Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-2 regeling van eiseres 1 werd afgewezen wegens te late indiening.
De rechtbank overwoog dat de aanvraagtermijn voor NOW-2 strikt was vastgesteld van 6 juli tot en met 31 augustus 2020, en dat een te late aanvraag normaal gesproken moet worden afgewezen. Echter, eisers stelden dat zij pas na ontvangst van een brief van de minister op 29 september 2020 duidelijkheid kregen over de noodzaak van een groepsaanvraag met gelijke aanvraagperioden voor alle concernonderdelen.
De rechtbank constateerde dat voor NOW-1 op grote schaal hersteltermijnen werden geboden om aanvragen aan te passen, maar dat verweerder die mogelijkheid niet aanbood voor NOW-2. Gelet op het evenredigheidsbeginsel oordeelde de rechtbank dat verweerder onterecht de aanvraag van eiseres 1 heeft afgewezen zonder herstelmogelijkheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eisers toegewezen.