Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 12 augustus 2022;
- het bericht met bijlagen van de man van 23 november 2022;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoeken met bijlagen, ingekomen op 8 december 2022;
- het verweerschrift op de zelfstandig verzoeken met bijlagen, ingekomen op 14 december 2022.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam03] .
- de berichten van de man van 11 januari en 16 februari 2023;
- het bericht van de vrouw van 28 februari 2023;
- het bericht van de hierna te noemen minderjarige van 2 maart 2023.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, haar mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in haar omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.
- de minderjarige tweewekelijks bij de man is van vrijdag uit school tot de daarop volgende woensdagmiddag na school;
- de man in de oneven jaren de eerste keuze heeft om ten aanzien van de schoolvakanties van één week aan te geven of hij die met de minderjarige wil doorbrengen, terwijl hetzelfde geldt voor de helft van tweeweekse vakanties en waarbij de man de eerste keuze heeft om de eerste of de tweede helft van de zomervakantie met de minderjarige door te brengen, met dien verstande dat de vrouw die eerste keuze heeft in de even jaren, met de bepaling dat als geen van partijen vakantieplannen heeft, de reguliere zorgregeling zal doorlopen;