De Raad voor de Kinderbescherming heeft een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verzocht vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De minderjarige verblijft momenteel bij een nicht van moederszijde, maar de thuissituatie is instabiel door conflicten tussen ouders en kind-eigen problematiek.
Tijdens de zitting is gebleken dat de ouders een belast verleden hebben met trauma's, depressies en geweld, wat de opvoedersrol negatief beïnvloedt. De minderjarige vertoont depressieve periodes, automutilatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag en volgt geen passende scholing vanwege de situatie. De moeder wil met de minderjarige naar Amsterdam verhuizen, maar medewerking aan inschrijving op het huidige verblijfadres ontbreekt.
De kinderrechter oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en dat gedwongen maatregelen noodzakelijk zijn. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden voor de duur van twaalf maanden verleend om rust, stabiliteit en veiligheid te bieden en om te onderzoeken of terugkeer naar de moeder in Amsterdam mogelijk is.
De beschikking is mondeling gegeven op 6 januari 2023 en schriftelijk vastgesteld op 20 januari 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.