De rechtbank Rotterdam heeft op 30 maart 2023 uitspraak gedaan over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige en de schriftelijke aanwijzing omtrent contactmomenten met de ouders.
De minderjarige is sinds juni 2020 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie, waaronder vermoedens van verstandelijke beperkingen en gedragsproblematiek. De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. De ouders hebben verzocht de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen en een ruimere contactregeling vast te stellen.
De rechtbank constateert dat ondanks de betrokkenheid van de ouders, de opvoedcapaciteiten onvoldoende aansluiten bij de behoeften van het kind. Het persoonlijkheidsonderzoek en het FAS-onderzoek bij de ouders zijn niet uitgevoerd, waardoor het perspectief onduidelijk blijft. Het politieonderzoek naar uitspraken van het kind is nog niet afgerond. De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 31 augustus 2023 en stelt een aangepaste contactregeling vast waarbij de ouders het kind eens per drie weken bezoeken, met een toekomstig streven naar een weekendregeling.
De kinderrechter adviseert de GI om de Raad te vragen onderzoek te doen naar een eventuele gezagsbeëindigende maatregel om duidelijkheid te verkrijgen over het toekomstperspectief van het kind.