Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, te weten een mishandeling, twee bedreigingen en een belediging;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 149 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede de terbeschikkingstelling van de verdachte met de voorwaarden zoals geformuleerd door de reclassering, en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan;
- afwijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging met de parketnummers 10/194600-20 en 10/179243-22.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1.mishandeling;
2.bedreiging met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht;
3.bedreiging met zware mishandeling en enig misdrijf tegen het leven gericht;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 209 dagen;
60 (zestig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
3 (drie) jaar;