ECLI:NL:RBROT:2023:3436

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
24 april 2023
Zaaknummer
C/10/652152 / JE RK 23-263
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en overgewicht minderjarige

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming verzocht op 27 januari 2023 om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010. De kinderrechter behandelde de zaak op 21 maart 2023 met gesloten deuren, waarbij de moeder, haar advocaat en een vertegenwoordiger van de GI werden gehoord. De minderjarige maakte geen gebruik van zijn spreekrecht.

De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 29 maart 2023. De GI handhaafde het verzoek vanwege aanhoudende zorgen over de ontwikkeling van het kind, met name door een verstandelijke beperking en ernstig overgewicht. Behandeling door een diëtiste was stopgezet wegens gewichtstoename, en een onderzoek naar mogelijke diabetes was nog niet gestart. Ook waren er zorgen over hygiëne en kleding van het kind op school.

De moeder erkende de situatie, gaf aan de hulpverlening van Humanitas te waarderen en medewerking te verlenen aan onderzoek en behandeling, maar vroeg om uitstel vanwege haar eigen operatie. Ondanks enkele verbeteringen achtte de kinderrechter de zorgen onvoldoende afgenomen. De ondertoezichtstelling werd daarom verlengd voor een jaar om noodzakelijke hulpverlening en ondersteuning te waarborgen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 29 maart 2024 wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/652152 / JE RK 23-263
datum uitspraak: 21 maart 2023

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[kind01],

geboren op [geboortedatum01] 2010 te [geboorteplaats01], hierna te noemen: [kind01].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam01],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01],
advocaat: mr. F.C. Hoogeveen, kantoorhoudende te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 27 januari 2023, ingekomen bij de griffie op 2 februari 2023.
Op 21 maart 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, voornoemd,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam02].
[kind01] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hier geen gebruik van gemaakt.
De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan de begeleidster van de moeder, verbonden aan Humanitas, [naam03], en aan de zus van [kind01], die op verzoek van de moeder tevens als tolk optrad voor de moeder, [naam04],

De feiten

Het ouderlijk gezag over [kind01] wordt uitgeoefend door de moeder.
[kind01] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 28 maart 2022 is de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengd tot 29 maart 2023.

Het verzoek

Het standpunt van de GI

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er bestaan nog steeds zorgen over de ontwikkeling van [kind01]. Humanitas komt al enige tijd niet binnen bij de moeder en [kind01], omdat de moeder en [kind01] meerdere malen ziek zijn geweest. Er is afgesproken dat Humanitas wel binnen moet kunnen komen. Indien de moeder ziek is, moet [kind01] naar buiten komen. Daarnaast is gebleken dat [kind01] in november voor de laatste keer is gezien door een diëtiste. Dit is stopgezet, omdat [kind01] aankomt in plaats van afvalt. [kind01] zal verder via het ziekenhuis behandeld worden voor zijn overgewicht. Het is belangrijk dat [kind01] in beweging blijft en goede voeding krijgt. Een onderzoek met betrekking mogelijke diabetes bij [kind01] is nog niet gedaan. De moeder hield de boot af. De GI heeft bij de moeder benadrukt dat het onderzoek in het belang van [kind01] is. Ook heeft de GI met de school van [kind01] gesproken. Gezien wordt dat [kind01] de hele dag door water drinkt. Daarnaast heeft de school zorgen over de hygiëne van [kind01]. Zo ruikt [kind01] en draagt hij kapotte en vieze kleren. De GI wil hier het komende jaar met de moeder aan gaan werken.

Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder wordt ter zitting primair verzocht het verzoek van de GI af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht het verzoek toe te wijzen voor kortere duur dan is verzocht, zodat gekeken kan worden of de hulp in het vrijwillig kader voortgezet kan worden. De moeder ziet geen meerwaarde in de betrokkenheid van een jeugdbeschermer. Op het kennismakingsgesprek na, dat vlak voor de zitting heeft plaatsgevonden, is er geen sprake geweest van contact tussen de moeder en de GI. Humanitas is wel betrokken. De moeder vindt de hulp van Humanitas prettig. Zij heeft hier zelf om gevraagd. Vanuit Humanitas is [kind01] gestart met zwemmen. Daarnaast gymt hij op school. [kind01] is zwaarder geworden, omdat hij zakgeld kreeg voor de kantine op school. Dit is met de diëtiste besproken en er is een afspraak gemaakt dat hij geen zakgeld meer krijgt voor de kantine en eten vanuit huis meeneemt. [kind01] is door de diëtiste overgedragen naar een kinderarts. De moeder zal haar medewerking aan onderzoek en behandeling verlenen. Het enige dat de moeder heeft gevraagd, is uitstel van het onderzoek, omdat zij geopereerd was en zij [kind01] daardoor niet naar het ziekenhuis kon brengen. De moeder wil dat het goed gaat met [kind01] en dat hij afvalt. De moeder accepteert de hulpverlening. Zij komt afspraken met Humanitas na en volgt adviezen op. [kind01] gaat niet met kapotte of vieze kleding naar school.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [kind01] verlengen voor de duur van een jaar. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
[kind01] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Bij [kind01] is sprake van een verstandelijke beperking. [kind01] heeft veel structuur en aandacht nodig. Ook bestaan er forse zorgen over zijn gezondheid, nu [kind01] kampt met ernstig overgewicht. De moeder doet haar best en in de afgelopen periode zijn er stappen gezet om de situatie te verbeteren. Zo gaat [kind01] naar school, zijn er afspraken geweest met een diëtiste en is hulpverlening vanuit Humanitas ingezet. Desondanks zijn de zorgen onvoldoende afgenomen. Het is niet gelukt om het overgewicht van [kind01] voldoende te verminderen. De GI acht een ziekenhuisonderzoek naar diabetes bij [kind01] noodzakelijk, maar dit is tot op heden nog niet van de grond gekomen. Ook hebben de afspraken met de hulpverlening vanuit Humanitas meermaals geen doorgang gevonden. Het lukt niet om het gezin voldoende te stimuleren met de hulpverlening in contact te blijven. De moeder is dan ook onvoldoende in staat om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [kind01] weg te nemen. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer blijft van belang om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten, de moeder en [kind01] te ondersteunen en de ontwikkeling van [kind01] te volgen. Het is belangrijk dat [kind01] de komende tijd onder behandeling wordt gesteld van een kinderarts om nader onderzoek te laten doen naar zijn overgewicht. De hulpverlening van Humanitas moet worden voortgezet. De kinderrechter is daarom met de GI van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind01] voor de duur van een jaar noodzakelijk is voor de ontwikkeling van [kind01]. De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen voor de duur zoals is verzocht.

De beslissingDe kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [kind01] tot 29 maart 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2023 door mr. S. Riege, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.L. van der Linden en L.N. van Geest als griffiers.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 april 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.