Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 28 oktober 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [eiser01] van 24 november 2022, met bijlage;
- de akte van [gedaagde01] van 22 december 2022.
2..De verdere beoordeling
- de totale gevorderde hypotheeklasten zijn € 11.198,89;
- uit de door [eiser01] overgelegde nota van afrekening van de aankoop van de woning en de nota van afrekening van de verkoop blijkt dat het verschil tussen de oorspronkelijke hypotheeklening en de hypotheeklening op datum verkoop € 6.959,46 bedraagt. Dit is dan het bedrag dat [eiser01] aan aflossing heeft betaald;
- het verschil tussen € 11.198,89 en € 6.959,46 is € 4.239,43. Dit is de betaalde brutorente;
- het inkomen van [eiser01] (dat blijkt uit de door hem overgelegde aanslagen inkomstenbelasting) valt in 2020 en 2021 volledig onder het laagste tarief inkomstenbelasting.