In deze civiele procedure vordert eiser een bedrag van € 25.000,00 van gedaagde wegens een lening van € 10.000,00 voor de aankoop van een woning, vermeerderd met een boete. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij niets meer verschuldigd is. In het incident verzoekt gedaagde om een derde partij, handelend onder de naam van een bedrijf, in vrijwaring op te roepen omdat hij aan deze partij € 45.000,00 in contanten heeft gegeven die bedoeld waren voor betaling aan eiser.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde voldoende heeft gesteld om het incident tot vrijwaring toe te wijzen. Omdat in dit incident geen van de partijen ongelijk krijgt, worden de proceskosten ieder voor eigen rekening genomen. Verder bepaalt de rechter dat partijen uiterlijk op 28 juni 2023 moeten aangeven op welke momenten zij in de maanden juli tot en met oktober 2023 niet beschikbaar zijn voor een zitting, die gelijktijdig met een vrijwaringszaak zal plaatsvinden.
Daarnaast wordt gedaagde opgedragen om ontbrekende bijlagen alsnog in het geding te brengen. De verdere behandeling van de hoofdzaak wordt aangehouden. Het vonnis is uitgesproken door de kantonrechter M. Fiege.