ECLI:NL:RBROT:2023:3520

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
10190103 / CV EXPL 22-34605
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in incident tot vrijwaring in civiele leningsovereenkomst

In deze civiele procedure vordert eiser een bedrag van € 25.000,00 van gedaagde wegens een lening van € 10.000,00 voor de aankoop van een woning, vermeerderd met een boete. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij niets meer verschuldigd is. In het incident verzoekt gedaagde om een derde partij, handelend onder de naam van een bedrijf, in vrijwaring op te roepen omdat hij aan deze partij € 45.000,00 in contanten heeft gegeven die bedoeld waren voor betaling aan eiser.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde voldoende heeft gesteld om het incident tot vrijwaring toe te wijzen. Omdat in dit incident geen van de partijen ongelijk krijgt, worden de proceskosten ieder voor eigen rekening genomen. Verder bepaalt de rechter dat partijen uiterlijk op 28 juni 2023 moeten aangeven op welke momenten zij in de maanden juli tot en met oktober 2023 niet beschikbaar zijn voor een zitting, die gelijktijdig met een vrijwaringszaak zal plaatsvinden.

Daarnaast wordt gedaagde opgedragen om ontbrekende bijlagen alsnog in het geding te brengen. De verdere behandeling van de hoofdzaak wordt aangehouden. Het vonnis is uitgesproken door de kantonrechter M. Fiege.

Uitkomst: Het incident tot vrijwaring wordt toegewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10190103 / CV EXPL 22-34605
datum uitspraak: 14 april 2023
Vonnis in het incident tot vrijwaring van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01],
wonende in [woonplaats01] ,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
gemachtigde: mr. M.Z.D. Nasrullah te Den Haag,
tegen

1..[gedaagde01] ,

2. [gedaagde02],
beiden wonende in [woonplaats01] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
gemachtigde: mr. F. Özer te Rotterdam.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] c.s.’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 31 oktober 2022, met bijlagen;
  • het antwoord en de incidentele conclusie van [gedaagde01] c.s.
1.2.
[eiser01] heeft de gelegenheid gehad om op de incidentele conclusie te reageren, maar heeft dat niet gedaan.

2..De beoordeling

Het geschil in de hoofdzaak.
2.1.
[eiser01] stelt dat hij een bedrag van € 10.000,00 aan [gedaagde01] c.s. heeft geleend voor de aankoop van een woning. [gedaagde01] c.s. had het geleende bedrag uiterlijk op 31 december 2021 aan [eiser01] moeten terugbetalen, maar heeft dat niet gedaan. [gedaagde01] c.s. is daardoor niet alleen het geleende bedrag van € 10.000,00 aan [eiser01] verschuldigd, maar ook een boete van € 17.500,00. [eiser01] beperkt zijn eis tot € 25.000,00 en eist
primairdat [gedaagde01] c.s. wordt veroordeeld om dit bedrag aan hem te betalen met rente.
2.2.
[gedaagde01] c.s. is het niet eens met de eis van [eiser01] en concludeert tot afwijzing daarvan. Het verweer van [gedaagde01] c.s. komt er - kort samengevat - op neer dat hij niets meer aan [eiser01] hoeft te betalen.
Het incident.
2.3.
[gedaagde01] c.s. wil [naam01] h.o.d.n. [bedrijf01] ( [bedrijf01] ) in vrijwaring oproepen (artikel 210 Rv Pro). [gedaagde01] c.s. stelt dat hij [bedrijf01] € 45.000,00 in contanten heeft gegeven. Dit bedrag moest [bedrijf01] aan [eiser01] betalen voor de aankoop van de woning. In het geval (een gedeelte van) de eis van [eiser01] wordt toegewezen, heeft [gedaagde01] c.s. een vordering op [bedrijf01] op grond van nakoming of onverschuldigde betaling.
2.4.
De kantonrechter wijst de eis van [gedaagde01] c.s. toe omdat hij hiervoor voldoende heeft gesteld.
2.5.
Omdat in het incident geen van partijen ongelijk krijgt, moet ieder de eigen proceskosten betalen.
Het verdere procesverloop in de hoofdzaak.
2.6.
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken op een zitting. Partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of partijen samen tot een oplossing kunnen komen.
2.7.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. De zitting zal gelijktijdig plaatsvinden met een zitting in de vrijwaringszaak. Omdat in de vrijwaringszaak eerst nog een dagvaarding moet worden uitgebracht, vervolgens op die dagvaarding moet worden gereageerd en daarna nog de verhinderdata van de partijen in de vrijwaringszaak moeten worden opgevraagd, zal de zitting niet eerder dan in de maand juli 2023 plaatsvinden. Daarom wordt aan de partijen in deze zaak gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de maanden juli, augustus, september en oktober 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van partijen ontvangen.
2.8.
[gedaagde01] c.s. wordt verzocht de bijlagen 6 tot en met 16, waar hij in zijn antwoord naar verwijst, nog (tijdig) in het geding te brengen. Die bijlagen waren namelijk niet bij zijn antwoord gevoegd.

3..De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
3.1.
staat toe dat [naam01] h.o.d.n. [bedrijf02] door [gedaagde01] c.s. wordt gedagvaard tegen de rolzitting van
dinsdag 16 mei 2023 om 10:00 uur;
3.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat partijen uiterlijk op
woensdag 28 juni 2023moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden juli, augustus, september en oktober 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
3.4.
bepaalt dat [gedaagde01] c.s. de bijlagen 6 tot en met 16, waar hij in zijn antwoord naar verwijst, alsnog naar de rechtbank en [eiser01] moet sturen;
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
38671