Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. vorderde betaling van €802,93 van de gedaagde, die zelf procedeerde. Na het antwoord van de gedaagde besloot Zilveren Kruis de zaak door te halen, maar de gedaagde stemde hier niet mee in. De rechtbank oordeelde dat doorhaling op eenzijdig verzoek niet mogelijk is en dat de vordering van Zilveren Kruis daarom wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelde Zilveren Kruis tot betaling van de proceskosten van de gedaagde, vastgesteld op €50,00, omdat de gedaagde op de zitting van 29 november 2022 aanwezig was. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De gedaagde stelde een tegenvordering in voor een schadevergoeding van €10,00 en een verbod voor Zilveren Kruis om hem te verhinderen over te stappen naar een andere zorgverzekeraar. Deze tegenvordering werd afgewezen, omdat de gedaagde geen onderbouwing gaf voor immateriële schade, de materiële schade reeds bij de proceskosten was inbegrepen en er geen bewijs was van verhindering tot overstappen.
De proceskosten in reconventie werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter W.J.J. Wetzels.