ECLI:NL:RBROT:2023:355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.M. Dielemans - Goossens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gegrondverklaring bezwaar Wet WIA
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omtrent haar recht op een WIA-uitkering. Na een tussenuitspraak van de rechtbank Rotterdam werd het UWV in de gelegenheid gesteld het besluit te herstellen. Op 30 november 2022 nam het UWV een nieuwe beslissing waarin het bezwaar van verzoekster werd gegrond verklaard en haar recht op een WIA-uitkering vanaf 11 februari 2021 werd vastgesteld.
Naar aanleiding van deze nieuwe beslissing trok verzoekster op 7 december 2022 haar beroep in en verzocht zij de rechtbank om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het UWV stemde in met vergoeding van de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was en veroordeelde het UWV tot betaling van €1.674,- aan proceskosten, bestaande uit punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting. Tevens werd het UWV verplicht het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 24 januari 2023.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.674 en het griffierecht van €50.