ECLI:NL:RBROT:2023:358
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens bekende relatie met gedaagde notarispraktijk
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van een kort geding tussen een eiseres en een notarispraktijk. De reden voor het verzoek was dat de rechter de gedaagde notarispraktijk persoonlijk kent en zij tot voor kort samen deel uitmaakten van de Kamer voor het Notariaat.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van het beginsel van onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig zou zijn, moest worden onderzocht of er objectief gezien een zwaarwegende aanwijzing bestond voor een vrees voor partijdigheid. De rechtbank oordeelde dat de bekende relatie en het feit dat de rechter zelf het verzoek tot verschoning had ingediend, voldoende aanleiding vormden voor een objectief gerechtvaardigde vrees.
Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen, waarmee de rechter niet langer betrokken zal zijn bij de verdere behandeling van het kort geding. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken en ondertekend door drie rechters en de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.