Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/710207-20 onder 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 10/711014-20 onder 1 impliciet primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/710207-20 onder 3 en het in de zaak met parketnummer 10/711014-20 onder 1 impliciet subsidiair en onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 116 dagen met aftrek
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie.
4..Waardering van het bewijs
eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en 25 euro toebehorende aan [naam aangever 3] , welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam aangever 3] en [naam 4] en [naam 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het met een bedekt/afgedekt gezicht/gelaat
eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon toebehorende aan [naam 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
Volgens de psycholoog is er bij de verdachte geen sprake van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De feiten waarvan de verdachte verdacht wordt, passen niet bij het beeld dat over hem is ontstaan. De discrepantie is dermate groot dat dit niet goed begrepen wordt. Indien de verdachte schuldig wordt bevonden, zijn er grote zorgen aangaande zijn gewetensontwikkeling en wordt de mogelijkheid van sadistische fantasieën die hij alsdan uitleeft niet uitgesloten. De psycholoog adviseert, indien juridisch haalbaar, een ForCa-observatie, zodat meer inzicht kan worden verkregen op hoe de verdachte zich in een groep beweegt en een dergelijke observatie mogelijk meer zicht geeft op de mogelijk zorgelijke kant van de verdachte.
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
voor de duur van 116 (honderdzestien) dagen;
werkstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen;
benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijkin de vordering;
benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijkin de vordering;
benadeelde partij [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van
€ 100,- (zegge: honderd euro), bestaande uit € 100,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen
€ 100,-(hoofdsom,
zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;