ECLI:NL:RBROT:2023:3633

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
28 april 2023
Zaaknummer
C/10/654500 / JE RK 23-602
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige bedreiging ontwikkeling en verslaving

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2006, vanwege ernstige bedreigingen van zijn ontwikkeling. De minderjarige kampt met hard- en softdrugsgebruik, suïcidegedachten, gedragsproblemen en een zorgelijke schoolgang. Eerder vrijwillige hulpverlening bleek onvoldoende.

Tijdens de zitting op 11 april 2023, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de ouders het gezag uitoefenen en woonachtig zijn op verschillende adressen. De vader erkende de zorgen en gaf aan mee te willen werken aan de noodzakelijke hulpverlening. De minderjarige is betrokken bij een strafzaak wegens een steekincident, en wordt begeleid door de jeugdreclassering.

De kinderrechter concludeerde dat de problematiek van de minderjarige en de thuissituatie dusdanig zijn dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De beschikking is vastgesteld voor de duur van twaalf maanden, met als doel het organiseren van passende hulpverlening en dagbesteding. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor twaalf maanden wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/654500 / JE RK 23-602
datum uitspraak: 11 april 2023

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam - Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01] ,

hierna te noemen [naam kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats01] ,

[naam02] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats02] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 16 maart 2023, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2023.
Op 11 april 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [naam kind01] , die apart is gesproken,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad, te weten [naam03] ,
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, hierna de GI, te weten [naam04] .
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, is [naam05] , tolk in de Poolse taal, op verzoek van de Raad verschenen.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de moeder.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind01] woont bij de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [naam kind01] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De standpunten

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
[naam kind01] wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Er zijn zorgen op alle leefgebieden. Bij [naam kind01] is sprake van soft- en harddrugsgebruik, een zorgelijke schoolgang en hij heeft last van suïcide gedachten. Vanwege het delictgedrag van [naam kind01] zal de komende periode een strafzaak worden behandeld. Naast de maatregel van jeugdreclassering is een ondertoezichtstelling nodig. De ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader is immers ontoereikend geweest. De komende periode is het belangrijk om een dagbesteding voor [naam kind01] te organiseren en moet duidelijk worden of hulpverlening van [naam06] voldoende is of dat er meer hulpverlening nodig is, zoals systemische hulp in de thuissituatie.
De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund.
De vader heeft ter zitting verklaard dat de ouders het eens zijn met het verzoek van de Raad en dat zij alle nodige hulpverlening voor [naam kind01] willen. De vader (h)erkent de zorgen over [naam kind01] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind01] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van kind-eigen problematiek. Sinds zijn veertiende jaar is [naam kind01] aan Crystal Meth, cocaïne en speed verslaafd geweest. Volgens [naam kind01] is hij met het gebruik van harddrugs een half jaar geleden gestopt. Wel blowt [naam kind01] nog steeds. Hiervoor heeft hij van Youz hulpverlening. Op de basisschool en in de eerste en tweede klas van de middelbare school is [naam kind01] ernstig gepest. Hij heeft moeite met het reguleren van zijn emoties. [naam kind01] heeft twee keer een suïcidepoging gedaan en is bekend met automutilatie. Op school heeft hij moeite om tot leren te komen. [naam kind01] zou betrokken zijn geweest bij een vechtpartij, waarbij hij een andere minderjarige zou hebben gestoken. De voorlopige hechtenis van [naam kind01] is geschorst en hij wordt nu begeleid door de jeugdreclassering.
Eerder ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader heeft niet het gewenste resultaat gehad. De ouders tonen zich bereid om mee te werken, maar de zorgen zijn dermate omvangrijk dat de ouders niet in staat zijn om de bedreigde ontwikkeling van [naam kind01] zelfstandig af te wenden. De ouders werken hard om financieel rond te komen, waardoor er gedurende de dag geen toezicht is op [naam kind01] . De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de benodigde hulpverlening voor de ouders en [naam kind01] in te zetten en de ontwikkeling van [naam kind01] te volgen. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom zal de kinderrechter [naam kind01] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. De komende periode is het belangrijk dat duidelijk zal worden welke hulpverlening [naam kind01] en de ouders nodig hebben en zal een dagbesteding voor [naam kind01] geregeld moeten worden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind01] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 11 april 2023 tot 11 april 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2023 door mr. S. Riege, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 april 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.