ECLI:NL:RBROT:2023:3681

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
28 april 2023
Zaaknummer
651268
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek ondertoezichtstelling wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en ouderlijke strijd

De rechtbank Rotterdam heeft op 21 februari 2023 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming toegewezen om twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar de kinderen wonen bij de moeder. Er is sprake van een hevige strijd tussen de ouders, wat leidt tot ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.

De Raad stelde dat het vrijwillig kader onvoldoende was en dat hulpverlening niet van de grond kwam. De gecertificeerde instelling stemde in met het verzoek, ondanks aanvankelijke twijfels over de medewerking van de vader. De moeder steunde het verzoek en gaf aan dat de vader zich niet aan de omgangsregeling houdt en geen toestemming geeft voor noodzakelijke hulpverlening.

De kinderrechter constateerde dat de kinderen worden belast door de ouderlijke conflicten en dat de omgangsregeling niet wordt nageleefd. Ook zijn er zorgen over ruzies tussen de moeder en haar nieuwe partner, hoewel dit inmiddels verbeterd is. De rechter erkende dat sommige negatieve beschuldigingen over de vader in het raadsrapport ongefundeerd waren en niet hadden moeten worden opgenomen.

Desondanks is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de ontwikkeling van de kinderen te beschermen, hulpverlening in te zetten en de communicatie tussen ouders te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderen onder toezicht van Jeugdbescherming West voor twaalf maanden wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en ouderlijke conflicten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/651268 / JE RK 23-127
Datum uitspraak: 21 februari 2023

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind01] ,

geboren op [geboortedatum01] 2012 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] ,

[naam kind02] ,

geboren op [geboortedatum02] 2016 te [geboorteplaats02] , hierna te noemen: [naam kind02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam01] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. P. de Boom, kantoorhoudende te Oud-Beijerland,

[naam02] ,

hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 19 januari 2023;
- het e-mailbericht van de advocaat van de moeder van 26 januari 2023.
Op 21 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam03] ;
- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, [naam04] en [naam05] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan een ambulant begeleidster van de moeder vanuit Coach-Point, [naam06] .
De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind01] en [naam kind02] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind01] en [naam kind02] wonen bij hun moeder.

Het verzoek

De Raad verzoekt [naam kind01] en [naam kind02] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden.

Het standpunt van de Raad

De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Het vrijwillig kader is onvoldoende toereikend gebleken, want hulpverlening komt niet van de grond. Daarnaast is er sprake van een hevige strijd tussen de ouders, wat zorgt voor belasting van [naam kind01] en [naam kind02] . Tijdens de ondertoezichtstelling moet hulpverlening voor [naam kind01] en [naam kind02] worden ingezet en daarnaast om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Ook moet er aandacht zijn voor de eerder vastgestelde omgangsregeling en de thuissituatie bij de vader.

Het standpunt van de GI

De GI stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad. Voorafgaand aan de zitting had de GI twijfels over de ondertoezichtstelling, omdat de vader wantrouwend lijkt tegenover hulpverlening waardoor een ondertoezichtstelling een samenwerking tussen de hulpverlening en de vader juist kan bemoeilijken. Daarnaast lijkt uit het Raadsrapport te blijken dat er contactmomenten tussen de vader en de kinderen zijn. Nu tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze contactmomenten meermaals niet zijn doorgegaan, vindt de GI het in het belang van [naam kind01] en [naam kind02] dat zij onder toezicht gesteld worden.

Het standpunt van de moeder

De moeder stemt in met het verzoek van de Raad. Zij zegt dat er hulpverlening ingezet moet worden voor [naam kind01] en [naam kind02] . Ook moet er hulp komen om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. De vader houdt zich niet aan de vastgestelde omgangsregeling, waarbij financiële redenen een rol spelen. De vader geeft daarnaast geen toestemming voor benodigde hulpverlening voor [naam kind01] en [naam kind02] . Voor [naam kind01] moet psychologische hulp en Rots- en Watertraining ingezet worden. Daarnaast krijgt de moeder ondersteuning van Coachpoint bij de gedragsproblematiek van [naam kind01] . In het verleden hebben er ruzies plaatsgevonden tussen de moeder en haar partner. Op dit moment is het rustig en wonen zij niet meer samen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [naam kind01] en [naam kind02] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij worden belast door de onderlinge strijd tussen de ouders. Er zijn daarnaast ook zorgen over de ruzies tussen de moeder en haar nieuwe vriend, al geeft de moeder aan dat dit nu beter gaat omdat zij en haar vriend elkaar minder vaak zien. Een ondertoezichtstelling is nodig om te voorkomen dat de moeder weer ruzies krijgt met haar nieuwe partner in het bijzijn van de kinderen. Daarnaast is een ondertoezichtstelling nodig omdat de door de rechter vastgestelde omgangsregeling niet wordt nagekomen, terwijl iedereen het met deze regeling eens was. De vader heeft de kinderen nu al een maand niet gezien en zegt pas op het laatste moment af, waardoor de kinderen teleurgesteld raken in de vader. Er moet aan de hand van deze ontwikkelingen een nieuwe omgangsregeling worden vastgesteld, zodat er een duidelijk structuur voor [naam kind01] en [naam kind02] ontstaat. Ook is het belangrijk dat er hulpverlening wordt ingezet voor [naam kind01] en [naam kind02] . De vader geeft hiervoor geen toestemming, omdat vanuit zijn visie juist de hulpverlening van Coachpoint voor problemen zorgt. Als de vader niet over deze negatieve gevoelens heen kan stappen, moet iemand anders de belangen van [naam kind01] en [naam kind02] behartigen en hulpverlening inzetten.
De kinderrechter merkt op dat vanuit het perspectief van de vader het voorstelbaar is dat hij vindt dat zijn perspectief in het Raadsrapport onderbelicht is en dat de zorgen op een onjuiste wijze geïnterpreteerd kunnen worden. Zo wordt er in het rapport gesproken over ‘een verhaal dat rondgaat’ en dat de dealer van de moeder zou hebben gezegd dat de vader drugs gebruikt. Dit zijn zulke vage beschuldigingen dat deze niet in het raadsrapport opgenomen hadden moeten worden. Hierin geeft de kinderrechter de vader gelijk.
Het is dan ook van belang dat de jeugdbescherming de komende periode aandacht schenkt aan de perspectieven van beide ouders, om met beide ouders een positieve samenwerking aan te gaan.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind01] en [naam kind02] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind01] en [naam kind02] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west met ingang van 21 februari 2023 tot 21 februari 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2023 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van L.M. Buurman, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 8 maart 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.