De rechtbank Rotterdam heeft op 25 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan medeplegen van gewoontewitwassen binnen een complex van stichtingen en besloten vennootschappen, aangeduid als de GP-structuur.
De verdachte was in januari 2016 kortstondig bestuurder van twee stichtingen en een bedrijf binnen deze structuur. Hoewel hij geen feitelijke leiding gaf en slechts een faciliterende rol als katvanger vervulde, werd bewezen verklaard dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat via deze structuur geld afkomstig uit misdrijf werd witgewassen. Dit bleek onder meer uit contante stortingen onder de meldgrens en het ontbreken van economische activiteiten die de stortingen konden verklaren.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen, waaronder het medeplegen van witwassen, vanwege onvoldoende bewijs van actieve deelname. Wel werd hij veroordeeld voor medeplichtigheid aan witwassen, omdat hij zich als bestuurder beschikbaar stelde terwijl hij wist van het witwassen en zijn rol als katvanger vervulde.
De strafmaat werd bepaald op 1 maand gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten, en een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 19 maanden. De rechtbank achtte een gevangenisstraf passend gezien de maatschappelijke impact van witwassen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.