Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Ministerie van Buitenlandse Zaken,
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 augustus 2022, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Tijdens de coronacrisis verbleef gedaagde in Marokko en maakte gebruik van terugkeerhulp van de Staat der Nederlanden, waarvoor een eigen bijdrage van €300 verschuldigd was. Gedaagde betaalde dit bedrag niet, waarna de Staat een procedure startte om betaling af te dwingen.
Gedaagde erkende de schuld aan de eigen bijdrage, zodat de rechtbank deze vordering toewijst. De Staat vorderde daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke kosten, maar kon niet aantonen dat gedaagde voorafgaand aan de procedure een aanmaning had ontvangen, waardoor deze vordering werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis, om hem een redelijke termijn te geven om zonder extra kosten te betalen. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten omdat zij onvoldoende had onderbouwd dat de procedure noodzakelijk was, mede doordat gedaagde had aangeboden te betalen na dagvaarding en er geen bewijs was van aanmaningen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een duidelijke toewijzing van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €300 eigen bijdrage met wettelijke rente en de Staat wordt veroordeeld in proceskosten.