Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw N.D. Hollander, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdan (hierna: schuldhulpverlening);
2..Het verzoek
3..Het verweer
4..De beoordeling
5..De beslissing
van zes maanden;
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een vonnis tot ontruiming van haar huurwoning op te schorten. De rechtbank beoordeelde dat sprake was van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden.
Verzoekster ontvangt inkomsten uit een Persoonsgebonden budget vanwege de zorg voor haar inwonende hulpbehoevende zus en heeft sinds kort budgetbeheer. De rechtbank achtte aannemelijk dat de huurbetalingen tijdig voldaan kunnen worden en dat het belang van verzoekster zwaarder weegt dan dat van verweerster.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden betaald. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en schuldhulpverlening dient tijdig verslag uit te brengen over de voortgang van het minnelijk traject.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.