Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer V.T. Raats en mevrouw A. Duijm, beiden werkzaam bij Zuidweg & Partners Schuldhulp (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis te schorsen. De ontruiming was bevolen door de Rechtbank Rotterdam op 19 oktober 2022 vanwege niet-betaling van huur.
Verzoeker heeft verklaard door een bedrijfsongeval minder te hebben gewerkt en zijn onderneming te hebben gestaakt. Hij heeft een tijdelijke dienstbetrekking gehad tot 7 maart 2023 en beschikt over voldoende spaargeld en een uitkeringsaanvraag om de huurtermijnen te voldoen. Tevens is inkomensbeheer aangevraagd ter ondersteuning van tijdige betaling.
De verweerster is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. De voorziening wordt onder voorwaarden verlengd en schuldhulpverlening dient verslag uit te brengen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.