Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- de heer P.H.L. Adam, bewindvoerder;
- mevrouw P. van den Bergh, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 maart 2023 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenares. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege meerdere tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen door schuldenares, waaronder het niet nakomen van de sollicitatie-, informatie- en afdrachtverplichtingen, alsmede het ontstaan van nieuwe schulden.
Schuldenares was niet verschenen bij de zittingen en was niet bereikbaar. Ondanks een eerdere kans om tekortkomingen te herstellen, heeft zij geen actie ondernomen om aan de voorwaarden van de regeling te voldoen. Tevens heeft zij geen vaste woon- of verblijfplaats, waardoor het haalbare plan voor schuldaflossing niet kon worden gerealiseerd.
De rechtbank oordeelt dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten en geen saneringsgezinde houding heeft getoond. Gezien het ontbreken van verweer en het niet verschijnen ter zitting, is voldoende komen vast te staan dat zij haar verplichtingen niet is nagekomen. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt daarom beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en d, van de Faillissementswet.
Verder stelt de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 3.156,18, inclusief onkosten en omzetbelasting. Er zijn geen baten beschikbaar om vorderingen te voldoen, zodat geen sprake is van faillissement van rechtswege na het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van verplichtingen door schuldenares.