Verzoekster heeft een dwangakkoord aangeboden aan haar schuldeisers om haar schuldenlast van €25.506,60 tegen 7,12% af te lossen, ondersteund door een saneringskrediet. Twintig van de tweeëntwintig schuldeisers gingen akkoord, maar twee schuldeisers weigerden instemming, met een gezamenlijk belang van ruim 45% van de schulden.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster voldoende heeft aangetoond dat zij niet in staat is een hoger bedrag te betalen, mede vanwege haar parttime arbeid en IOAW-uitkering, en dat het voorstel zorgvuldig is getoetst door een onafhankelijke partij. De belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de weigeraars.
Het verzoek om dwangakkoord wordt toegewezen, waarbij de weigeraars worden veroordeeld tot instemming en kostenveroordeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat verzoekster tot 2025 niet opnieuw kan worden toegelaten tot die regeling.