Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers waarbij een betaling van 2,23% van de totale schuldenlast werd voorgesteld, gefinancierd door een saneringskrediet. Vijf schuldeisers stemden in, maar twee grote schuldeisers, samen goed voor 58,49% van de schulden, stemden niet in en verzetten zich tegen het dwangakkoord.
De weigerende schuldeisers stelden dat het dwangakkoord niet bedoeld is voor situaties waarin zij het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. Tevens betwistten zij dat verzoeker langdurig arbeidsongeschikt is en dat het aangeboden aflospercentage het maximaal haalbare is. Verzoeker kon onvoldoende medische stukken overleggen die zijn blijvende arbeidsongeschiktheid onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod onvoldoende goed en controleerbaar was gedocumenteerd. De berekeningen van de afloscapaciteit verschilden en schuldhulpverlening kon de fouten daarin niet aanwijzen. Ook was niet duidelijk dat verzoeker de komende jaren niet zou kunnen werken. Gezien het grote aandeel van de weigerende schuldeisers in de schuldenlast, woog hun belang zwaarder dan dat van verzoeker en de overige schuldeisers.
Daarom werd het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen afgewezen. De rechtbank zal in een afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.