Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw W. van Essen, werkzaam bij IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw R. de Heer, werkzaam bij Fidinda CBM B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij vijftien van de zestien schuldeisers akkoord gingen met een betaling van minimaal 3,4% van hun vordering. Eén schuldeiser, met een vordering van ruim 17% van de totale schuldenlast, weigerde in te stemmen. Verzoeker is sinds augustus 2022 fulltime gaan werken, waardoor zijn afloscapaciteit aanzienlijk is toegenomen. De regeling voorziet in een prognoseakkoord, wat betekent dat de aflossing kan stijgen bij hoger inkomen.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel goed is gedocumenteerd en door een onafhankelijke partij is getoetst. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de weigeraar. De rechtbank oordeelt dat verzoeker het uiterste doet wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden en dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk is.
Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling, verklaart het vonnis in de plaats te treden van vrijwillige instemming en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil zijn vastgesteld.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met schuldregeling.