Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning opschort. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege het ontruimingsvonnis van januari 2017 en de geplande ontruiming in maart 2023.
De verzoekers hebben een gezamenlijk inkomen van €3.578,15 en een maandelijkse huur van €605,00. Sinds 10 maart 2023 staan zij onder beschermingsbewind, waardoor de huurbetalingen gewaarborgd zijn. De huur voor maart en april 2023 is reeds voldaan. Verweerster betwist het verzoek en wijst op een aanzienlijke huurachterstand en gebrek aan medewerking aan betalingsregelingen.
De rechtbank weegt het belang van verzoekers om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het ontruimingsvonnis. De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.