Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 11 augustus 2022, met producties 1-15;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties 1-5;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 2 november 2022, waarin een mondelinge
2..De feiten
€ 189.000. Op 31 december 2021 stond alleen op het aflossingsvrije deel nog een bedrag open, namelijk € 176.400.
GEMEENSCHAPPELIJKE HUISHOUDING
. De akte bij gebruikmakinq van het voorkeursrecht
3..Het geschil
in conventie
4..De beoordeling in conventie en in reconventie
€ 338.000,00, waarbij ook de hypothecaire schuld aan hem dient te worden toegerekend, en meent dat hij de vrouw in het kader van die verdeling (slechts) € 11.191,32 verschuldigd is.
€ 85.800.) Zij wenst niet langer in een onverdeelde gemeenschap te blijven. De man heeft nimmer aangetoond dat haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld kan worden gerealiseerd in het geval de woning aan de man wordt toegedeeld en de hypothecaire schuld aan hem wordt toegerekend. De toenmalig advocaat van de man deelde in januari 2021 aan de vrouw mee dat de man nog steeds doende was zijn financiële mogelijkheden te onderzoeken. Toen de vrouw de man ruim een jaar later een ultimatum stelde - om binnen 10 dagen na 29 maart 2022 te laten weten wat zijn voorstel aan de vrouw zou zijn - liet de man weer niets van zich horen. De man deed pas bij brief van 14 juli 2022 een voorstel, maar voerde toen (voor het eerst en ten onrechte) vorderingen op de vrouw op, die hij verrekende met de helft van de overwaarde die haar toekwam. De vrouw leidt hieruit af dat de man kennelijk niet in staat is haar uit te kopen. Het voorkeursrecht van art. 7 van Pro de samenlevingsovereenkomst is al lange tijd vervallen en de man is de bepalingen in de samenlevingsovereenkomst omtrent de uitoefening van dat voorkeursrecht ook niet nagekomen.
€ 23.300 + PM) stelt de man het volgende. De maandelijkse kosten van de hypotheek en dus ook de maandelijkse aflossingen op het annuïtair deel (dat was € 34.000, met een looptijd van 15 jaar) werden altijd van de rekening van de man betaald. Daarbij heeft de man op 14 november 2016 het toen resterende deel van de schuld ad € 9.577,89 inééns afgelost.
nietnaar evenredigheid bijdroeg en de vrouw heeft gemotiveerd betwist dat zij onvoldoende heeft bijgedragen.
5..De beslissing
[naam makelaar01]te [plaats01] , binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis;