ECLI:NL:RBROT:2023:3805
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling voor terugbetaling geldlening tussen partijen
Aanvraagster heeft aan de partij ter andere zijde een bedrag van €4.562,- uitgeleend, met een contractuele afspraak dat dit bedrag in maandelijkse termijnen van €1.000,- terugbetaald zou worden, met een renteverhoging van 5% per maand bij niet-betaling. Tot op heden heeft de partij ter andere zijde niets terugbetaald, waardoor het bedrag volgens aanvraagster is opgelopen tot €6.641,90.
Tijdens de mondelinge behandeling op 15 maart 2023 overhandigde aanvraagster het schriftelijke contract aan de kantonrechter. Ter zitting gaf aanvraagster aan genoegen te nemen met een terugbetaling van €5.000,- in maandelijkse termijnen. De kantonrechter zocht telefonisch contact met de partij ter andere zijde, die vanwege ziekte niet fysiek aanwezig was. Deze stemde in met de betalingsregeling van €5.000,- in 10 termijnen van €500,-.
De kantonrechter veroordeelde de partij ter andere zijde tot betaling van €5.000,- aan aanvraagster, met een betalingsregeling van 10 termijnen van €500,-, te beginnen uiterlijk 1 april 2023. Bij niet-naleving vervalt de regeling en wordt het resterende bedrag ineens opeisbaar, met wettelijke rente. Kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen, met gelijke verdeling van het griffierecht. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en andere vorderingen zijn afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter legt een betalingsregeling op voor terugbetaling van €5.000,- in 10 maandelijkse termijnen van €500,-.