Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan acht schuldeisers, waaronder ING Bank, die een vordering van €34.258,25 heeft en weigert in te stemmen met het akkoord. De regeling voorziet in een betaling van 1,32% aan preferente en 0,66% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die fulltime werkt via een uitzendbureau.
ING Bank betoogt dat het aanbod te laag is en dat verzoeker niet het maximaal haalbare aanbiedt, mede gezien zijn eerdere ondernemerschap in een sector met veel werk. Schuldhulpverlening bevestigt dat verzoeker werkt en onder beschermingsbewind staat, met een afloscapaciteit van €56,59 per maand.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoeker en de zeven instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van ING Bank. Het voorstel is deskundig getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste wat van verzoeker verwacht kan worden. De rechtbank beveelt ING Bank om in te stemmen met het akkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.