ECLI:NL:RBROT:2023:3819
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens schending hoorplicht en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
In deze bestuursrechtelijke zaak zijn elf afzonderlijke beroepen behandeld tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam. De rechtbank heeft vastgesteld dat geopposeerde de hoorplicht heeft geschonden door uitspraken op bezwaar te doen zonder opposanten te horen, ondanks dat daarvoor voldoende tijd was. Hierdoor zijn de beroepen kennelijk gegrond verklaard en zijn de bestreden besluiten vernietigd.
De rechtbank heeft de zaken terugverwezen naar geopposeerde om opposanten alsnog in bezwaar te horen en nieuwe besluiten te nemen. Tevens is vastgesteld dat het griffierecht terecht afzonderlijk is geheven, maar dat dit aan opposanten moet worden vergoed vanwege het gegrond verklaren van het beroep.
Daarnaast is beoordeeld of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Voor vijf van de zaken is een overschrijding met maximaal drie maanden vastgesteld, waarvoor een immateriële schadevergoeding van €500 per zaak wordt toegekend, te betalen door de Staat. Voor de overige zaken is geen overschrijding vastgesteld en dus geen schadevergoeding toegekend.
De rechtbank heeft ook de proceskosten vastgesteld en een vergoeding van €85,60 per zaak toegekend aan opposanten. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars-Mast en griffier H. Sabanovic op 3 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen wegens schending van de hoorplicht, wijst de zaken terug voor hernieuwde behandeling en kent schadevergoeding toe voor overschrijding van de redelijke termijn.