Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) vorderde in kort geding dat [gedaagde01], samen met haar minderjarige kinderen, het asielzoekerscentrum (AZC) te Oud-Beijerland binnen zeven dagen zou ontruimen nadat zij een aangeboden woning in Alkmaar had geweigerd.
[gedaagde01] betwistte de vordering en stelde dat het COA onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de huisvestingsprocedure. Zij voerde aan dat zij niet adequaat was geïnformeerd, dat er geen rekening was gehouden met haar gezinssamenstelling en haar rugklachten, en dat de communicatie via telefonische tolk onvoldoende was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het COA onvoldoende had aangetoond dat [gedaagde01] de uitnodiging voor het huisvestingsgesprek goed had begrepen en dat de woning niet passend was vanwege de rugklachten en het ontbreken van een lift, evenals het niet adequaat betrekken van haar gezinssamenstelling.
Gezien het risico dat ontruiming zou leiden tot dakloosheid van [gedaagde01] en haar kinderen, en het ontbreken van passende huisvesting, werd de vordering van het COA afgewezen. Het COA werd veroordeeld in de proceskosten.