De zaak betreft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) en een communicatieadviseur die sinds 2014 bij KBN werkt. KBN verzocht ontbinding zonder vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, met name het uiten van ongefundeerde beschuldigingen. De werknemer vorderde ook ontbinding, maar met transitie- en billijke vergoeding, vrijstelling van werk en een verbod op negatieve uitlatingen.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een niet op te lossen verstoorde arbeidsrelatie, maar dat geen van beide partijen ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer heeft niet bewezen dat zij ongefundeerde beschuldigingen heeft geuit, noch dat KBN haar in een kwaad daglicht heeft gesteld of had moeten ingrijpen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2023, met toekenning van een transitievergoeding van € 15.565,- bruto aan de werknemer.
Verzoeken tot uitbetaling van 514,2 vakantie-uren, vrijstelling van werk en een verbod op negatieve uitlatingen worden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De kantonrechter benadrukt dat communicatieproblemen en misverstanden hebben geleid tot de verstoorde relatie, maar dat dit niet wijst op ernstig verwijtbaar handelen.