ECLI:NL:RBROT:2023:3967
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening
Eind 2020 heeft de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) onder politiebegeleiding de woning van eiser doorzocht, op zoek naar contant geld. Eiser diende daarop een inzageverzoek in op grond van de AVG voor zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Verweerder, de Minister van Financiën, wees dit verzoek aanvankelijk af, maar gaf na bezwaar gedeeltelijk wel inzage. Eiser stelde beroep in tegen het gedeeltelijk weigeren van inzage, met name inzake de aanleiding van de FIOD-inval.
De rechtbank erkent het belang van eiser om te weten waarom de inval plaatsvond, mede vanwege de impact op zijn familie. Echter, de rechtbank oordeelt dat de Minister terecht de uitzonderingsgronden uit artikel 23 van Pro de AVG en artikel 41 van Pro de Uitvoeringswet AVG heeft toegepast. De privacy van derden en het belang van toezicht, opsporing en controle wegen zwaarder dan het inzagerecht van eiser. Daarnaast is het verstrekte overzicht niet gedeeld met andere overheidsinstanties en kon het dus niet de aanleiding zijn voor de huiszoeking.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke weigering van inzage in zijn persoonsgegevens in de FSV wordt ongegrond verklaard.