AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevel tot inbezitstelling woning na onteigening voor bestemmingsplan Hillesluis
De gemeente Rotterdam heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 57 OnteigeningswetPro tot afgifte van een bevelschrift om de woning aan de [adres01] te Rotterdam in bezit te nemen. Dit volgt op een eerder onteigeningsvonnis van 18 januari 2023, dat in kracht van gewijsde is gegaan en waarbij de gemeente eigenaar is geworden van het onteigende perceel inclusief het appartementsrecht van de woning.
De woning wordt momenteel bewoond door een persoon die niet de eigenaar is en geen huurovereenkomst heeft getoond. De gemeente heeft deze bewoner schriftelijk verzocht de woning uiterlijk 1 mei 2023 te verlaten, maar deze heeft om uitstel gevraagd en aangegeven dat de woning via een uitzendbureau wordt gehuurd voor een derde.
De rechtbank oordeelt dat het bevelschrift kan worden afgegeven zonder mondelinge behandeling, omdat aan de voorwaarden van artikel 57 OwPro is voldaan en er geen bijzondere omstandigheden zijn die de belangen van de bewoner beschermen. Er wordt een laatste termijn van één week gegeven om zelfstandig te vertrekken, waarna de gemeente de woning met inzet van politie en justitie in bezit mag nemen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beschikking is uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank Rotterdam op 9 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gemeente om de woning binnen zeven dagen na betekening in bezit te nemen, desnoods met inzet van politie en justitie.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/656891 / HA RK 23-418
Beschikking van 9 mei 2023
op het verzoek van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
verzoekster,
advocaat mr. L.A. Jager te Den Haag
Verzoekster wordt hierna de gemeente genoemd.
1..Het verzoek
1.1.
Het op 26 april 2023 bij deze rechtbank ingekomen verzoek met bijlagen van de gemeente strekt tot het afgeven van een bevelschrift als bedoeld in artikel 57 OnteigeningswetPro (hierna: Ow).
1.2.
De gemeente heeft bij haar verzoek de volgende stukken overgelegd:
een afschrift van het vonnis van deze rechtbank tot (vervroegde) onteigening van 18 januari 2023 met zaak- en rolnummer C/10/646470 / HA ZA 22-842 (hierna: het onteigeningsvonnis);
een verklaring van de griffier van deze rechtbank dat het onteigeningsvonnis in kracht van gewijsde is gegaan;
het bewijs dat de bij het onteigeningsvonnis vastgestelde (totale) schadeloosstelling aan [naam01] (hierna: [naam01] ) is betaald;
het bewijs dat het bij het onteigeningsvonnis bepaalde voorschot op de schadeloosstelling aan Pasa Warme Bakker, [naam02] en [naam03] is betaald;
een afschrift van het proces-verbaal van de plaatsopneming op 9 november 2022;
een door de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers verstrekt bewijs dat het onteigeningsvonnis op 1 maart 2023 bij het Kadaster is ingeschreven;
een afschrift van de schriftelijke aanmaning van 27 maart 2023 aan [naam04] (hierna: [naam04] ) om de woning uiterlijk 1 mei 2023 leeg en ontruimd op te leveren en een daarop volgende e-mailwisseling.
2..De feiten
2.1.
Bij het onteigeningsvonnis heeft de rechtbank ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan “Hillesluis” en ten name van de gemeente de vervoegde onteigening, vrij van alle met betrekking tot die zaken bestaande lasten en rechten, uitgesproken van de onroerende zaken met de kadastrale aanduiding gemeente Rotterdam, sectie V 5574 en V 5577 ter grootte van respectievelijk 6 en 169 m² (hierna: het onteigende).
Het onteigeningsvonnis is in kracht van gewijsde gegaan.
2.2.
Het onteigeningsvonnis is op 1 maart 2023 ingeschreven in de openbare registers, waardoor de gemeente eigenaar is geworden van het onteigende.
2.3.
Van het onteigende maakt onderdeel uit het appartementsrecht met index A2, waarvan [naam01] de eigenaar was. Dit appartementsrecht met index A2 omvat, onder meer, de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] (hierna: de woning).
2.4.
Nadat de gemeente door onteigening de eigendom van de woning heeft verkregen, is haar gebleken dat de woning wordt bewoond door [naam04] . De gemeente heeft [naam04] op 27 maart 2023 schriftelijk verzocht de woning uiterlijk op 1 mei 2023 te verlaten. [naam04] heeft niet schriftelijk bevestigd dat hij dit zal doen, maar om uitstel gevraagd. Bij e-mail van 17 april 2023 heeft [naam04] gesteld dat de woning door een uitzendbureau wordt gehuurd ten behoeve van een (door [naam04] niet bij naam genoemde) derde.
3..De beoordeling
3.1.
De gemeente verzoekt op grond van artikel 57 OwPro dat de rechtbank beveelt om haar na 1 mei 2023, zo nodig met de sterke arm, in het bezit te stellen van de onder 2.3 bedoelde woning.
3.2.
Het gevraagde bevelschrift kan zonder mondelinge behandeling of het bieden van gelegenheid tot het voeren van verweer worden afgegeven. De Ow voorziet in een met voldoende waarborgen omklede procedure, waarin de rechter beslist op een vordering tot (vervroegde) onteigening. Deze procedure voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRMPro. Indien de rechter onherroepelijk op de vordering tot onteigening heeft beslist, kan de verkregen onteigeningstitel in beginsel per direct ten uitvoer worden gelegd. Wanneer de onteigende of een andere bewoner, in dit geval een bewoner die geen huurovereenkomst laat zien, weigert daaraan mee te werken, kan de onteigenaar een verzoek tot afgifte van een bevelschrift als bedoeld in artikel 57 OwPro doen. De voorzitter van de rechtbank dient een bevelschrift tot inbezitstelling uit te vaardigen als alle in artikel 57 OwPro vermelde stukken bij het verzoekschrift zijn overgelegd. Met de belangen van [naam04] of andere derden hoeft in beginsel geen rekening te worden gehouden (zie Hoge Raad 6 februari 1985, NJ 1985/851). In de e-mailwisseling met de gemeente heeft [naam04] geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot een andere conclusie kunnen leiden.
3.3.
Omdat [naam04] niet aan de gemeente heeft willen bevestigen dat hij zal overgaan tot ontruiming van de woning, zal de voorzitter van de rechtbank overgaan tot afgifte van het gevraagde bevelschrift, nu de gemeente bij haar verzoek heeft voldaan aan de vereisten van artikel 57 OwPro. Daarbij zal aan [naam04] (en/of de door hem bedoelde andere persoon) een laatste termijn van één week worden gegeven om zelfstandig uit de woning te vertrekken.
3.4.
Voor een proceskostenveroordeling acht de rechtbank geen termen aanwezig.
4..De beslissing
De voorzitter van de rechtbank:
4.1.
beveelt dat de gemeente zeven dagen na betekening van deze beschikking in het bezit wordt gesteld van de onder 2.3 bedoelde woning, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Welter-Dekkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2023.