ECLI:NL:RBROT:2023:3997
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering voorschot bijstandsuitkering na terugkeer uit Oekraïne
Eiser, afkomstig uit Oekraïne en sinds 1995 woonachtig in Nederland, keerde halsoverkop terug naar Rotterdam na bombardementen op Kiev in februari 2022. Hij vroeg op 4 april 2022 een bijstandsuitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 25 februari 2022. Het college kende een voorschot toe vanaf 4 april 2022 en vorderde een te veel ontvangen bedrag van €49,13 terug.
Eiser stelde dat de psychologische schok van zijn vlucht en de omstandigheden rondom zijn terugkeer bijzondere omstandigheden vormden die een eerdere toekenning van de uitkering rechtvaardigden. Ook voerde hij aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij tussen 25 februari en 3 april niet in staat was een aanvraag in te dienen, mede omdat hij op 14 maart een afspraak maakte voor inschrijving in de BRP.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat bijstand in beginsel pas wordt toegekend vanaf de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. De omstandigheden van eiser voldeden hier niet aan. Ook waren de financiële en sociale gevolgen van de terugvordering niet van dien aard dat sprake was van dringende redenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot terugvordering van het voorschot bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.