ECLI:NL:RBROT:2023:4021
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gebieds- en straatverbod na overtreding contactverbod
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres een gebieds- of straatverbod tegen gedaagde, die eerder veroordeeld is voor poging tot doodslag en een contactverbod opgelegd kreeg. De aanleiding voor de vordering is een eenmalige ontmoeting waarbij gedaagde de moeder van eiseres aansprak en zijn spijt betuigde, wat volgens eiseres een overtreding van het contactverbod vormt en haar angstgevoelens veroorzaakte.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de ontmoeting grotendeels toevallig was en dat het aanspreken van de moeder van eiseres weliswaar een overtreding van het contactverbod inhoudt, maar dat dit niet het doel had om eiseres te intimideren. Het enkele feit dat gedaagde zijn spijt betuigde, wordt niet als kwalijk gedrag aangemerkt dat een gebieds- of straatverbod rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat het opleggen van een dergelijk verbod een zware inbreuk op de bewegingsvrijheid van gedaagde betekent en dat daarvoor meer dan een eenmalig incident vereist is. De vordering wordt daarom afgewezen. Wel worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, mede vanwege het feit dat gedaagde door zijn overtreding de procedure heeft doen ontstaan.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gebieds- of straatverbod af vanwege onvoldoende aanleiding voor een zwaardere maatregel.