ECLI:NL:RBROT:2023:4109
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- C. Sikkel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering helft cryptovaluta na beëindiging relatie wegens onvoldoende vaststelling eigendom en waarde
Partijen, die ruim zeventien jaar een affectieve relatie hadden en twee jonge kinderen, zijn in december 2022 uit elkaar gegaan. Zij waren gezamenlijk eigenaar van een woning waarvan de overwaarde werd gebruikt om cryptovaluta aan te schaffen, die op naam van de man staat. De vrouw vordert de helft van de waarde van deze cryptovaluta, gebaseerd op afspraken dat de opbrengst aan beiden toekomt.
De man betwist dat de overwaarde en cryptovaluta aan beiden toebehoren en stelt dat de financiën bewust gescheiden zijn gehouden. Ook is onduidelijk wat de actuele waarde van de cryptovaluta is. De vrouw kon onvoldoende aantonen dat onmiddellijke betaling noodzakelijk is en dat haar vordering vaststaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vraag over eigendom en waarde van de cryptovaluta niet in kort geding kan worden beantwoord en dat een bodemprocedure noodzakelijk is. De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van de vrouw tot betaling van de helft van de cryptovaluta wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van eigendom en waarde.