De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2007, vanwege zorgen over zijn welzijn en de gespannen situatie tussen gescheiden ouders. De minderjarige woont bij zijn vader en moet schakelen tussen twee werelden, wat energie kost. De ouders ontvangen hulp van Pro6 om tot overeenstemming te komen.
De moeder steunde het verzoek en benadrukte recente zorgen over schoolprestaties en het gedrag van de minderjarige, waaronder mogelijk middelengebruik en slechte vrienden. De vader verzette zich tegen verlenging en stelde dat de situatie verbeterd is, hij zicht heeft op de minderjarige en diens vrienden, en dat het gedrag passend is voor zijn leeftijd.
De minderjarige zelf gaf aan het goed te maken, geen specifieke hulp te wensen en tevreden te zijn met school en vrienden. De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor verlenging niet aanwezig zijn, omdat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is en de zorgen onduidelijk zijn ten opzichte van normaal pubergedrag. De ouders worden geacht de hulpverlening zelfstandig voort te zetten. Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen.