AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vergoeding kosten noodzakelijke verdediging na vrijspraak en toepassing art. 9a Sr
De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 april 2023 een verzoek tot vergoeding van kosten gemaakt in een strafzaak. Verzoeker was vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, maar werd wel bewezenverklaard voor een subsidiair feit zonder strafoplegging. De verdediging had een deskundigenrapport laten opmaken en medische informatie opgevraagd.
De rechtbank oordeelde dat de kosten voor het forensisch medisch onderzoek en het opvragen van medische informatie noodzakelijk waren en toekende hiervoor een vergoeding van € 1.157,97 toe. Voor de kosten van rechtsbijstand bij het indienen van het verzoek tot vergoeding werd het verzoek afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de rechtbank in de strafzaak toepassing had gegeven aan artikel 9a Sr.
Desondanks vond de rechtbank dat kosten voor rechtsbijstand die gemaakt zijn bij het indienen van een toegewezen verzoek op grond van artikel 529 SvPro onder de omstandigheden toch redelijkerwijs vergoed kunnen worden en kende daarom een forfaitaire vergoeding van € 680,- toe. In totaal werd aan verzoeker een bedrag van € 1.837,97 toegekend. Het verzoek op grond van artikel 530 SvPro werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 1.837,97 toegekend voor kosten van forensisch onderzoek en rechtsbijstand, maar het verzoek op grond van artikel 530 Sv wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Beslissingvan de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 529 enPro 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker01] (verzoeker),
geboren op [geboortedatum01] 1965 te [geboorteplaats01] , Kaapverdië,
voor deze zaak domicilie kiezende te (3201 BA) Spijkenisse, Voorstraat 61b, ten kantore van zijn raadsvrouw, mr. K. Blonk.
Procedure
Op 21 juli 2022 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 529 enProartikel 530 SvPro.
Het verzoek is op 28 april 2023 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. J.M. Bonnes en de raadsvrouw zijn gehoord. De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie
Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor de noodzakelijke verdediging, gevoerd in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte, bestaande uit de kosten voor het uitvoeren van een forensisch medisch onderzoek en het opvragen van medische informatie ter hoogte van respectievelijk € 1.064,80 en € 93,17 inclusief BTW.
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.
Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 680,-.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, aangezien de verzoeker in de strafzaak schuldig is verklaard met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het verzoek valt daarmee volgens de wettekst niet binnen het bereik van artikel 530 SvPro.
Feiten
Bij vonnis van de meervoudige strafkamer deze rechtbank, uitgesproken op 22 juni 2022, is de verzoeker vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, dood door schuld. De rechtbank kwam tot een bewezenverklaring van het subsidiaire feit - kort gezegd: het als getuige nalaten een ander die in ogenblikkelijk levensgevaar verkeert hulp te verlenen, terwijl de dood van de hulpbehoevende volgt - en heeft aan verzoeker ter zake daarvan geen straf of maatregel opgelegd. Dit vonnis is op 7 juli 2022 onherroepelijk geworden.
In deze strafzaak heeft de verdediging een deskundigenrapport laten opmaken door Forensicon B.V. en is ten behoeve daarvan medische informatie opgevraagd bij het Erasmus Medisch Centrum. Het rapport van Forensicon is ingebracht in de strafzaak.
Gebleken is dat de rechtbank bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van 22 juni 2022 acht heeft geslagen op de door de verdediging ingebrachte rapportage. In de onderhavige raadkamerprocedure is de rechtbank daarom van oordeel dat de bevindingen van de deskundige het belang van het onderzoek hebben gediend en dat derhalve aan de verzoeker ter zake daarvan de verzochte vergoeding van in totaal € 1.157,97 (met inbegrip van € 93,17 aan kosten voor het opvragen van medische informatie en inclusief BTW) kan worden toegekend.
De rechtbank stelt met de officier van justitie vast dat de gevraagde kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het ingediende verzoekschrift op basis van artikel 530 SvPro niet voor vergoeding in aanmerking komen indien, zoals in deze zaak, door de rechtbank toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat een verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand op basis van artikel 530 SvPro in dat geval niet-ontvankelijk moeten worden geacht.
Hoewel artikel 529 SvPro geen specifieke regeling bevat voor de vergoeding van kosten voor het indienen van een (hierop gebaseerd) verzoek, is deze wettelijke bepaling er in de kern op gericht om de gewezen verdachte of zijn erfgenamen te compenseren voor relevante kosten die de verdachte in het kader van het strafrechtelijk onderzoek heeft gemaakt. Een redelijke wetsuitleg brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat ook gemaakte kosten voor rechtsbijstand die zijn gemaakt bij het indienen van een toegewezen verzoek tot schadevergoeding op basis van dit artikel en onder de geschetste omstandigheden als schadevoor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank zal daarom deze kosten voor het forfaitaire bedrag van € 680,- toewijzen.
Gelet op het voorgaande zal aan de verzoeker op grond van artikel 529 SvPro een bedrag van € 1.837,97,- (€ 1.064,80 + € 93,17 + € 680,-) worden toegekend.