De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2006 en 2013, die in een pleeggezin verblijven. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de kinderen zijn sinds februari 2021 uit huis geplaatst vanwege een onveilige thuissituatie en psychische instabiliteit van de moeder.
De rechtbank verlengde de ondertoezichtstelling van de oudste minderjarige tot haar meerderjarigheid en die van de jongste voor een jaar. De uithuisplaatsing van de oudste werd verlengd tot haar meerderjarigheid, terwijl die van de jongste voor zes maanden werd verlengd met een aanhouding van het verdere verzoek. De moeder wenst meer contact en een terugkeer van de kinderen, maar de rechtbank constateert dat het perspectief voor de jongste nog niet vaststaat en beveelt een KSCD-onderzoek aan om dit nader te bepalen.
De rechtbank benadrukt het belang van het tempo van opbouw van omgang, afgestemd op de wensen van de kinderen. De moeder is in hoger beroep gegaan tegen eerdere beslissingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt aangehouden tot een pro forma zitting op 1 oktober 2023, waarbij een rapportage over de stand van zaken wordt verwacht.