Verweerder legde eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het parkeren zonder betaling op 7 januari 2021 in Rotterdam. Eiser stelde dat hij op dat moment onmiddellijk aan het laden en lossen was bij een PostNL-punt en overhandigde een verzendbewijs ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep, omdat het beroepschrift tijdig was verzonden en ontvangen. Vervolgens stond centraal of er sprake was van onmiddellijk laden en lossen, waardoor de parkeerbelasting niet verschuldigd zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat op de bewijsmiddelen van verweerder, waaronder foto's uit een HAS-rapport, geen laad- of losactiviteiten zichtbaar waren. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat het pakket van zodanige omvang of gewicht was dat het laden en lossen per voertuig noodzakelijk was. Het afleveren van een pakket bij een PostNL-punt valt volgens de rechtbank niet onder onmiddellijk laden en lossen.
Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.