ECLI:NL:RBROT:2023:4547

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
2 juni 2023
Zaaknummer
C/10/656901 / JE RK 23-984
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van kind in gezinshuis vanwege ernstige gedragsproblemen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht op 28 april 2023 spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van het kind vanwege ernstig probleemgedrag en een ontoereikende draagkracht van de moeder en stiefmoeder. Het kind vertoonde zelfbepalend gedrag, weglopen, vernielingen en agressie, en hulpverlening via Families First achtte verblijf thuis onverantwoord.

De kinderrechter behandelde het verzoek op 9 mei 2023, waarbij de GI het verzoek wijzigde tot een verlenging van zes maanden. De moeder stemde hiermee in en benadrukte dat het kind in het gezinshuis, gespecialiseerd in hechtingsproblematiek, goed op haar plek is. De vader was niet aanwezig en had de omgang met het kind al gestaakt.

De kinderrechter oordeelde dat de belangen van het kind prevaleren boven het belang van de afwezige vader en verlengde de machtiging tot uithuisplaatsing tot 28 oktober 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof te Den Haag.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind wordt verlengd tot 28 oktober 2023.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/656901 / JE RK 23-984
Datum uitspraak: 9 mei 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam 1],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1],

[naam 2],

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2],

[naam 3],

de partner van de moeder, hierna te noemen: de stiefmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de GI van 28 april 2023.
Op 9 mei 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- de moeder en de stiefmoeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 4] en [naam 5]
.
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam kind].
[naam kind] verblijft in een gezinshuis.
Bij beschikking van 17 februari 2023 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 5 maart 2024.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 april 2023 een spoedmachtiging tot uit huisplaatsing van [naam kind] in een gezinsgerichte voorziening verleend tot 28 mei 2023.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft verzocht met spoed [naam kind] uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening
voor de duur van drie maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De GI heeft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling gewijzigd in die zin dat wordt verzocht [naam kind] uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de GI

De GI heeft het gewijzigde verzoek als volgt nader toegelicht. Het onvermijdelijke is gebeurd. [naam kind] is op 28 april 2023 met spoed uit huis geplaatst, omdat het gezin last had van het gedrag van [naam kind]. De draagkracht van de moeder en de stiefmoeder raakten op. Ook [naam kind] zelf had last van haar gedrag en leek niet meer anders te kunnen. Zij leek behoefte te hebben aan rust. Daarbij kwam dat de hulpverlener van Families First had aangegeven dat het niet langer verantwoord is dat [naam kind] thuis blijft wonen. Om deze reden heeft de GI mogelijke behandelgroepen onderzocht. Yulius is door de GI betrokken, maar konden geen plek bieden. Het gezinshuis kon [naam kind] wel een plek bieden. In eerste instantie kon [naam kind] hier voor één week blijven, maar inmiddels hebben zij aangegeven dat [naam kind] hier voor onbeperkte tijd kan verblijven. Dit is fijn. Het gezinshuis is gespecialiseerd in hechtingsproblematiek, waardoor de GI en de moeder van mening zijn dat [naam kind] hier op haar plek zit.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de situatie haar verdriet doet. Het gaat goed met [naam kind] in het gezinshuis. De moeder is afgelopen donderdag bij [naam kind] op bezoek geweest in het gezinshuis. [naam kind] vond het fijn om de moeder te zien en dat haar spulletjes waren meegebracht. [naam kind] vond het alleen ook moeilijk. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het gewijzigde verzoek van de GI. Het gezinshuis heeft expertise in hechtingsproblematiek. Daarbij komt dat [naam kind] dankbaar is dat zij op deze plek terecht is gekomen. Zij kan nu in een gezinshuis en zodoende binnen gezinsverband verblijven in plaats van in een kliniek.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).
De GI heeft het verzoek ter zitting mondeling gewijzigd. Nu de vader niet tijdens de mondelinge behandeling aanwezig is geweest, heeft hij zich niet kunnen uitlaten over het gewijzigde verzoek. De kinderrechter is alleen van oordeel dat de vader, ondanks dat hij niet ten volle in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt kenbaar te maken, onvoldoende in zijn belangen wordt geschaad. De vader heeft immers bij de moeder aangegeven geen maandelijkse updates meer over de kinderen te willen ontvangen. Daarnaast heeft de vader al enige tijd geleden de omgang met [naam kind] gestopt. Ook is hij vandaag niet op zitting verschenen. Dit maakt naar het oordeel van de kinderrechter het belang van de vader om te worden gehoord op het gewijzigde verzoek minder zwaar weegt dan het belang van [naam kind] op behandeling van dit verzoek, omdat dit verzoek voor een langere periode duidelijkheid geeft.
Uit de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind] fors probleemgedrag laat zien. Dit uit zich in zelfbepalend gedrag, weglopen, spullen kapotmaken, gillen, slaan en schoppen. Het lukt de moeder en de stiefmoeder niet om dit gedrag te stoppen. De afgelopen periode is er hulpverlening ingezet om de zorgen weg te nemen en een machtiging tot uithuisplaatsing te voorkomen, maar na drie dagen heeft Families First aangegeven dat het niet verantwoord is dat [naam kind] thuis blijft wonen. Het gedrag van [naam kind] is verergerd, omdat zij ook voor lange periodes op een dag een zoemend of neuriënd geluid maakte. Het hele gezin heeft last van het gedrag van [naam kind]. Dit wordt versterkt vanwege het autisme van de andere kinderen. De draagkracht van de moeder en de stiefmoeder is op en de andere kinderen trekken zich terug. Ook [naam kind] komt niet meer blij en gelukkig over. Om deze reden is [naam kind] uiteindelijk op 28 april 2023 met spoed uit huis geplaatst in een gezinshuis. Het gezinshuis biedt [naam kind] een neutrale omgeving, met professionele begeleiding. Zij zijn gespecialiseerd in de problematiek van [naam kind] en zijn bereid om [naam kind] op te nemen voor onbepaalde tijd.
De kinderrechter ziet gelet op het bovenstaande aanleiding om het gewijzigde verzoek van de GI toe te wijzen en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 28 oktober 2023.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een gezinsgerichte voorziening tot 28 oktober 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2023 door mr T. van den Akker, kinderrechter, in aanwezigheid van S.H. Harders als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.