Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geformuleerd.
4.Waardering van het bewijs
samen met een anderop het haventerrein aanwezig is geweest. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van het onder 2 ten laste gelegde worden vrijgesproken.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 138aa van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
8 (acht) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;