ECLI:NL:RBROT:2023:4572
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M.J. Smits
- M.G.L. de Vette
- A.C. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Toepassing Duitse socialezekerheidswetgeving op Rijnvarende met onderneming in Duitsland
Eiser, woonachtig in Nederland en werkzaam als kapitein op zijn eigen rijnvaartschip, exploiteert zijn onderneming sinds 2009 in Duitsland. Verweerder stelde bij besluiten van december 2020 vast dat eiser onder Duitse socialezekerheidswetgeving valt voor de periodes van september 2014 tot heden. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de Nederlandse wetgeving van toepassing zou moeten zijn op grond van de Verordening (EG) 883/2004 en zijn feitelijke woonplaats.
De rechtbank overweegt dat de Rijnvarendenovereenkomst, die afwijkt van de Verordening, van toepassing is op de situatie van eiser. Deze overeenkomst bepaalt dat de sociale zekerheidswetgeving van toepassing is van de staat waar de onderneming haar zetel heeft. Aangezien de onderneming van eiser statutair in Duitsland is gevestigd, geldt de Duitse wetgeving. Het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan door verweerder.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser onderworpen is aan de Duitse socialezekerheidswetgeving voor de relevante periodes. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser onder Duitse socialezekerheidswetgeving valt.