Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind. De vrouw vertrok in 2019 met het kind naar Indonesië en keerde sindsdien niet terug naar Nederland. De man heeft de Nederlandse nationaliteit, de vrouw de Indonesische.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om de echtscheiding uit te spreken, maar niet over de hoofdverblijfplaats en het gezag van het kind, omdat het kind zijn gewone verblijfplaats op het moment van verzoek in Indonesië had. De verzoeken van de vrouw tot verblijfplaats bij haar en exclusief gezag worden daarom afgewezen.
Verzoeken tot onderhoudsbijdragen worden afgewezen omdat de man momenteel niet over voldoende draagkracht beschikt. Partijen regelen de afwikkeling van hun huwelijksvermogensregime onderling en zien af van voorlopige voorzieningen. De rechtbank bepaalt dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.