ECLI:NL:RBROT:2023:4697
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken van belanghebbendheid bij aanvraag omgevingsvergunning
De zaak betreft een beroep van een besloten vennootschap (B.V.) tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Het bezwaar betrof de weigering van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit op een perceel.
De aanvraag was ingediend door een natuurlijk persoon, die tevens eigenaar was van het perceel. De B.V. stelde belanghebbende te zijn, omdat zij het perceel exploiteert en betrokken was bij de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de natuurlijk persoon en de B.V. niet vereenzelvigd kunnen worden, mede omdat de natuurlijk persoon niet direct bestuurder was van de B.V. en er sprake was van een constructie van meerdere B.V.’s.
Verder stelde de rechtbank vast dat de B.V. geen rechtstreeks belang had bij het besluit, aangezien zij geen eigenaar is van het perceel en haar belang afgeleid en niet tegengesteld was aan dat van de aanvrager. De rechtbank verklaarde het beroep daarom ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. De B.V. kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak werd gedaan op 17 mei 2023 door rechter V. van Dorst, waarna partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de B.V. wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid.