De rechtbank Rotterdam heeft op 30 mei 2023 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van medeplegen van schuldwitwassen. De verdachte ontving in mei 2020 bedragen op zijn bankrekening die afkomstig bleken te zijn van misdrijf, zonder dat hij voldoende onderzoek deed naar de herkomst. Hoewel de rechtbank onvoldoende bewijs vond voor opzetwitwassen, oordeelde zij dat de verdachte zich schuldig maakte aan schuldwitwassen door grove onvoorzichtigheid.
De rechtbank stelde vast dat buitenlandse bedrijven valse facturen verstuurden en geld overmaakten naar de bankrekening van de verdachte, die het geld vervolgens contant opnam of door liet stromen. De verdachte verklaarde dat hij de bankpas aan een ander had gegeven en dat hij 15% van het bedrag zelf hield, maar kon de herkomst van het geld niet aannemelijk maken.
De rechtbank legde een taakstraf van 50 uur op, met aftrek van voorarrest, omdat de verdachte niet eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten en de ernst van het feit in aanmerking werd genomen. De gevorderde gevangenisstraf van zes weken werd verworpen omdat opzetwitwassen niet bewezen was. De redelijke termijn was overschreden, wat tot strafvermindering leidde.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het gebruik van bankrekeningen en het voorkomen van witwassen, en bevestigt dat schuldwitwassen ook strafbaar is bij grove onvoorzichtigheid zonder opzet.