ECLI:NL:RBROT:2023:4744
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde vastgesteld op €170.000 voor tussenwoning in Ridderkerk
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn tussenwoning, vastgesteld op €170.000 per 1 januari 2020, en stelt dat deze te hoog is en dat verweerder niet de benodigde taxatiestukken heeft verstrekt. Verweerder heeft de waarde gebaseerd op vergelijkingsobjecten en gebruikte het softwareprogramma WOZ360 voor inhoudsbepaling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ heeft gehandeld door de op de zaak betrekking hebbende stukken niet toe te zenden, waardoor het beroep gegrond is. Desondanks maakt verweerder aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de verschillen in inhoud en ligging tussen de onroerende zaak en vergelijkingsobjecten zijn verantwoord en voldoende verdisconteerd.
De rechtbank wijst het beroep op een lagere waarde af, oordeelt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de staat van onderhoud en ligging, en dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege de schending van de toezendplicht, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending toezendplicht, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de WOZ-waarde van €170.000 blijft gehandhaafd.